Winterklussen in de voedseltuin

Door: Petra van Eck

De voedseltuin is ogenschijnlijk in rust, maar in de bodem gaat het leven door! Hier volgt een beknopt overzicht over wat er zoal in de bodem leeft en hoe je dit leven kunt ondersteunen.

Het fantastische bodemleven

Slakken zijn een plaag als ze in grote getale ons voedselgewas verorberen, maar ze zijn ook nuttig om plantenresten met hun grove tong te versnipperen. Zodat de resten door schimmels kunnen worden omgezet tot voedingsstoffen voor planten. De huisspitsmuis is verwant aan de egel en de mol en vermengt de grond door beweging in de bodem. Hij voedt zich met emelten en slakken en beperkt zo hun aantal. Springstaarten eten bacteriën, schimmels en rottende plantenresten. En ze maken humus.Engerlingen zijn de larven van de meikever. Ze bewegen 4 jaar lang onder de grond en maken zo de bodem luchtig. Ze eten de wortels van grassen en brengen op die manier voedsel in de bodem voor andere dieren. De pissebed breekt plantenresten en schimmels af die zicht tussen het bladstrooisel of in de composthoop bevinden.

De soms vanwege de  molshopen verguisde mol bewijst zijn nut voor de bodem door een tunnelstelsel te graven. Hierdoor wordt de grond luchtiger en dringt water beter door. Hij eet graag insecten en hun larven, maar ook wormen en slakken. Een mol stopt met graven als zijn “woning” compleet is. Dan verschijnen er dus ook geen nieuwe molshopen! Zou je de mol verdrijven, dan komt er een andere mol voor in de plaats die de gegraven gangen in gebruik neemt, maar ook weer nieuwe gangen gaat graven. En dan ontstaan er ook weer nieuwe molshopen.
Mieren beluchten de bodem door er gangen in te graven. Plantenwortels maken gebruik van deze gangen door sneller dieper in de grond te groeien. Ook verspreiden ze zaden in de tuin.

Mijten houden het evenwicht in de bodem in stand door zich te voeden met aaltjes, schimmels, insectenlarven of springstaarten. Regenwormen maken gangen in de bodem waardoor deze beter wordt belucht en water beter kan insijpelen. Ze zetten massaal plantenresten om in voedingsstoffen. Het is overigens een fabeltje dat regenwormen, als je ze doormidden knipt, dat dan beide delen afzonderlijk verder leven. De duizendpoot jaagt op pissebedden, slakken en wormen.

In de bodem leven behalve dieren talrijke schimmels. Sommige schimmels vallen gewassen aan, zoals Botrytis (grauwe schimmel) en Phytophtora (aardappelziekte).  Andere vormen het zeer nuttige schimmelnetwerk in de bodem en zetten organische of anorganische stoffen om in mineralen. Deze mineralen komen dan weer ten goede aan onze voedselgewassen.

Ondersteun het bodemleven!

Tips om het bodemleven te helpen:

  • 1. Gebruik geen pesticiden of synthetische kunstmest. Ze doden of verzwakken je rijke bodemleven.
  • 2. Maak je eigen compost. Zo breng je de voedingsstoffen die bij het oogsten van groenten en fruit zijn verloren weer terug in je bodem.
  • 3. Bedek je bodem zoveel mogelijk. Dit kan met levende planten of met dood plantmateriaal zoals bladeren, stro, vers grasmaaisel.
  • 4. Werk in de winter liever niet te hard in de tuin. Herfstblad en verdorde plantenresten vormen een schuilplaats en voedsel voor het bodemleven.
  • 5. Woel in de moestuin met een woelvork in plaats van te spitten. Spitten verstoort het bodemleven. Door het omgooien van de grond belandt het bovenste vruchtbare deel gemakkelijk te diep onder de grond. Ook freezen (het verpulveren van de bodem) doodt het bodemleven en zorgt uiteindelijk voor een dichtgeslagen bodem.
  • 6. Zorg voor een stapeltje takken in de tuin Het vormt een perfecte schuilplaats voor bodemdieren.
  • 7. Creëer hoogteverschillen in je tuin door meerdere lagen van planten te voorzien op eenzelfde oppervlakte.  Dit wordt onder ander toegepast in een voedselbos. Door de verschillen in hoogte ontstaat een diversiteit aan planten die weer verschillende bodemdieren lokken.

Hoe is het bodemleven in jouw tuin? Doe bodemonderzoek met je onderbroek!

The “Innovative Farmers” in Canada bedachten een simpele manier om het actieve bodemleven te kunnen meten, “Soil your undies” genaamd. De onderbroek-test gaat als volgt: graaf een witte, 100 % katoenen onderbroek onder de grond tussen de 10 en 20 cm diepte. Het katoen bevat cellulose dat als voeding dient voor het bodemleven. Graaf 2 maanden later de onderbroek op. Is deze intact? Dan zit er onvoldoende leven in de bodem. Als alleen het elastiek nog aanwezig is, dan zit je bodem vol leven!

Bronnen:

Lees ook: Vorig artikel over Winterklussen in de voedseltuin >>